ladyLein startpagina
00. Start-filosofie
01. Inleiding
02. Einde van de mythen, Natuurfilosofen, Einde van het Lot
03. Sofisten, Socrates, Plato, Aristoteles
04. Hellenisme
05. De indo-europeanen, semieten en de vermenging
06. De middeleeuwen, Augustinus, Thomas van Aquino
07. Renaissance, Reformatie
08. Barok en rationalisme, Descartes, Spinoza
09. Empirisme, Locke, Hume, Berkeley
10. de Verlichting, Kant
11. Romantiek, Hegel, Kierkegaard
12. Naturalisme, Marx, Darwin, Freud
13. Schopenhauer, Nietzsche, Heidegger
14. Existentialisme, Sartre, Beauvoir
15. Twintigste eeuw
      

Twee culturen

       de Indo-europeanen  de Semieten  het Christendom                      


De hellenistische filosofen herkauwden de griekse filosofen en al bijna had Plotinus Plato tot verlosser van de mensheid gehuldigd. Maar in die tijd stond er een andere verlosser op buiten het grieks-romeise gebied: Jesus van Nazareth.  Het christendom drong langzaam maar zeker de grieks-romeise wereld binnen. De europese beschaving heeft daardoor twee wortels: een indo-europese wortel en een semietische wortel.

De Indo-europeanen

De indo-europeanen zijn alle landen en culturen waar een indo-europese taal wordt gesproken. Dat zijn alle europese talen behalve de finoegrische talen (het samisch, fins, estisch, hongaars) en het baskisch. Ook de meeste indische en iraanse talen behoren tot de indo-europese taalfamilie.
Ongeveer 4000 jaar geleden leefden de oer-indo-europeanen in het gebied van de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. Vandaar uit waaierden ze uit over het land. Naar Iran en India, naar Griekenland, ItaliŽ en Spanje, via midden Europa naar Engeland en Frankrijk, naar ScandinaviŽ, en naar oost Europa en Rusland. Overal integreerden ze met de volken die er al woonden maar de indo-europese religie en taal gingen een overheersende rol spelen.
Zowel de indische Veda's, de griekse filosofie en de Gylfaginning, het leerboek over de noordgermaanse godenwereld van de ijslander Snorre, zijn geschreven in  aan elkaar verwante talen.
Maar de verwantschap beperkt zich niet alleen tot de talen. Bij talen die aan elkaar verwant zijn horen in de regel gedachten die aan elkaar verwant zijn. Daarom spreken we van een Indo-europese cultuur.

De cultuur van de indo-europeanen had als voornaamste verwantschap dat ze in meerdere goden geloofden.Men noemt dat polytheÔsme. De namen en termen vind je overal in het indo-europese gebied terug.
Voorbeeld 1
De oude indiŽrs aanbaden de hemelgod Dyaus
Deze heet in het grieks Zeus.
In het latijn Jupiter, eigenlijk Juvans-pater wat Vader Jovis betekent)
In het oud noord heeet hij  Tyr
Voorbeeld 2
De vikingen geloofden in goden die Azen werden genoemd.
In het oud indisch (sanskriet) worden de goden Asura genoemd.
In het iraans heten ze Ahura
Voorbeeld 3
Een ander woord voor god in het sanskriet is Deva.
In het iraans Daeva
In het latijn Deus
In het oud noors Tivurr
Voorbeeld 4
In ScandinaviŽ heetten de vruchtbaarheidsgoden de Wanen (Njord, Freyr, Freya)
Dat woord is verwant aan het latijnse woord Venus
In het sanskriet Vani, dat lust of begeerte betekent.

Zo zijn er ook mythen overal verspreid. Mythen die de ijslander Snorre vertelde lijken op mythen die twee duizend jaar eerder al in India werden verteld. De kern van de mythen is gemeenschappelijk, de omstandigheden hebben zich aan het land aangepast. Bv over onsterfelijkheidsdrank en over de strijd van de goden tegen een monster uit de onderwereld.
Een gemeenschappelijke trek in het denken is het denken dat de wereld wordt beheerst door een onverzoenlijke strijd tussen de goede en de kwade krachten. De  indo-europeanen probeerden dan ook in de toekomst te kijken om te zien hoe de strijd zou aflopen.

De indo-eueropeanen probeerden inzicht te krijgen in de geschiedenis van de wereld. Het is zelfs zo dat je het woord voor inzicht door de hele indo-europese cultuur kunt volgen.
In het sanskriet heet het vidya. 
Het woord is identiek met het griekse woord idť.
Ons woord video komt uit het latijn maar bij de romeinen betekende het gewoon zien.
Het engels heeft woorden als wise en wisdom (wijsheid), 
het duits kent het woord wissen
het noors viten dat overeen komt met het nederlandse woord weten.
Over het algemeen kun je constateren dat het gezicht het belangrijkste zintuig was bij de indo-europeanen.
De literatuur wordt overal gekenmerkt door grote kosmische visioenen. (visioen komt van het latijnse video)
Een ander kenmerk voor de indo-europeanen was dat ze afbeeldingen maakten van de goden en de gebeurtenissen die in de mythen werden verteld.

De religies hadden met elkaar gemeen dat ze een cyclische opvatting van de geschiedenis hadden, dat alles in cycli loopt, zoals de jaargetijden. De geschiedenis kent geen begin of einde, de werelden komen en vergaan in een eeuwige wisselwerking tussen leven en dood.

De twee grote oosterse religies, het hindoeÔsme en boeddhisme, hebben een indo-europese afkomst. Net zoals de griekse filosofie. Het hindoeÔsme en boeddhisme dragen nu nog het stempel van filosofische beschouwing.
In het hindoeÔsme en boeddhisme wordt benadrukt dat het goddelijke in alles aan wezig is, pantheÔsme. En dat de mens door religieus inzicht eenwording met God kan bereiken. Om dat te laten gebeuren is passiviteit en leven in ascese belangrijk. Al meer dan 2500 jaar is het doel van elke indier om zijn dolende ziel te verlossen. Dat vonden ze bij de grieken ook nodig om de ziel te verlossen. Ook Plato geloofde in een ronddolende ziel.

Het religieuze leven wordt gekenmerkt door innerlijke beschouwing en meditatie.

De Semieten

De semieten zijn van een heel andere cultuur en spreken een heel andere taal. Oorspronkelijk zijn ze afkomstig van het arabische schiereiland maar de semitische cultuur heeft zich over grote delen van de wereld verspreid.
De drie grote westerse religies, het jodendom, het christendom en de islam, hebben een semitische achtergrond. Zowel de koran als het oude testament zijn geschreven in aan elkaar verwante semitische talen.
Het nieuwe testament van het christendom werd in het grieks geschreven. Toen deze geloofsleer werd geschreven werd deze beÔnvloed door de griekse en latijnse taal en daarmee ook door de hellenitische filosofie. (de vermenging)
De semieten geloofden al opvallend vroeg in de geschiedenis in ťťn God, monotheÔsme.
Verder hebben ze een lineaire kijk op de geschiedenis. Het heeft een begin en een einde. Ooit schiep God de wereld en toen begon de geschiedenis. Maar de geschiedenis zal weer ophouden en dat is op de dag des oordeels als God zijn oordeel over de levenden en de doden velt en al het kwade zal worden vernietigd.
Men gaat ervan uit dat God ingrijpt in de geschiedenis. Sterker nog, dat de geschiedenis alleen maar bestaat om Gods wil te laten geschieden.

Juist omdat God ingrijpt in de geschiedenis zijn de semieten al duizenden jaren met geschiedschrijven bezig. Juist die historische achtergrond vormt de kern van de heilige geschriften.
Tegenwoordig is de stad Jeruzalem een belangrijk centrum voor joden, christenen en moslims. Ook dat zegt wat over de gemeenschappelijke historische achtergrond van die drie religies. Daarom is het zo tragisch dat juist Jeruzalem tot twistappel is geworden en mensen elkaar bij bosjes uitmoorden vanwege de strijd wie de heerschappij  over de stad mag hebben.

In de semitische cultuur is het gehoor het belangrijkste zintuig. De joodse geloofsbelijdenis begint met de woorden "hoor Israel!", in het oude testament lezen we hoe de mensen het woord des Heren "hoorden" en joodse profeten begonnen vaak met de formule "zo zegt Jahwe (God)". De eredienst wordt gekenmerkt door het hardop voorlezen  of reciteren.
Ze hadden een verbod op afbeeldingen. In de islamitische wereld kom je in het algemeen een weerzin tegen foto's en beeldende kunst tegen. Dat komt door de gedachte dat de mens niet als schepper met God zal concurreren.  In de christelijke kerken zie je wel afbeeldingen. Dat komt door de grieks-romeinse  invloed. Bij de orthodoxe kerk (Griekenland en Rusland) mogen afbeeldingen ook niet.

In de drie westerse religies is er een kloof tussen God en zijn schepping.
Het doel is niet om de dolende ziel te verlossen maar om van de zonde en de schuld verlost te worden.

Het religieuze leven is gekenmerkt door gebed, prediking en lezen van de heilige geschriften.

IsraŽl
Het begon toen God de wereld schiep. Maar toen kwamen de mensen tegen God in opstand. God strafte niet alleen door Adam en Eva uit het paradijs te verdrijven, hij bracht ook de dood in de wereld. De ongehoorzaamheid van de mens loopt als een rode draad door de bijbel. Als straf o.a. de zondvloed. Dan sluit God een verbond met Abraham en zijn nageslacht: zij zouden zich aan Gods geboden houden en God zou hun beschermen. Dat verbond werd nog vernieuwd toen Mozes op de berg SinaÔ de 10 geboden kreeg. Dat was ongeveer 1200 voor Chr. Toen waren de israŽlieten lange tijd slaven in Egypte geweest, maar met behulp van God konden ze weer naar IsraŽl terugkeren.
Duizend jaar voor Chr. was IsraŽl een koninkrijk. De eerste koning was Saul, toen David en toen Salomo. Het hele israŽlische volk was verenigd. Vooral onder koning David beleefde het een tijd van grote politieke, militaire en culturele bloei. Wanneer de koningen de troon bestegen werden ze door het volk gezalfd. Zo kregen ze de titel Messias, wat gezalfde betekent. Vanuit religieus oogpunt werden de koningen gezien als tussenpersonen tussen God en het volk. Een koning werd daarom ook wel "zoon Gods" genoemd en het land het "koninkrijk Gods".
Maar het duurde niet lang voordat de macht van IsraŽl afnam. Het koninkrijk werd opgesplitst in twee koninkrijken, het noorden werd IsraŽl en het zuiden werd Judea. Het noorden werd in 722 voor Chr. bezet door de AssyriŽrs en het zuiden werd in 586 v. Chr. bezet door de BabyloniŽrs. Het volk werd afgevoerd naar Babylon maar mocht in 539 terugkeren naar Jeruzalem. Maar nog steeds leefde het joodse volk onder vreemde heerschappij.

De atlas van de  geschiedenis vertelt hetzelfde als volgt:
Het land van de israŽlieten wordt Kanašn (laagland) of Palestina (naar de filistijnen, een naburige stam) genoemd. De israŽlieten behoorden tot  rondzwervende herdersstammen, die steeds op zoek waren naar de beste plaatsen om hun vee te laten grazen. Ze werden aangevoerd door Abraham, Izašk en Jakob (ook IsraŽl genoemd). Lange tijd verbleven de israŽlieten in Egypte vanwege een hongersnood. Onder leiding van Mozes kwamen ze weer terug. Daar verspreidden de twaalf stammen zich over het land. In 1000 voor Chr. werd het een koninksrijk onder Saul, David en Salomon. Na de dood van Salomon ontstonden het rijk IsraŽl met hoofdstad Sichem, later Samaria en het rijk Juda met hoofdstad Jeruzalem. Het noorden werd in 722 voor Chr. bezet door de AssyriŽrs en het zuiden werd in 586 v. Chr. bezet door de BabyloniŽrs. IsraŽl werd daarmee en deel van het perzische rijk. Later kwamen de grieken onder aanvoering van Alexander de Grote en toen Jesus geboren werd waren de romeinen de baas over dit gebied.

Maar nog steeds leefde het joodse volk onder vreemde heerschappij. De israŽliers vroegen zich af waarom. God had toch belooft om ze te beschermen? Na verloop van tijd werd algemeen aangenomen dat God IsraŽl strafte voor zijn ongehoorzaamheid. Vanaf 750 voor Chr. stonden er met grote regelmaat profeten op om Gods straf over IsraŽl te verkondigen. Dit zijn onheilsprofeten.
Het duurde niet lang of er stonden ook profeten op die verkondigden dat God een klein deel van het volk zou redden en een vrede-vorst of koning van de vrede van het geslacht David zou sturen. Hij zou het koninkrijk van David herstellen en het volk zou weer gelukkig worden. Dit zijn verlossingsprofetieŽn.
Profeet Jesaja zei: "Het volk dat in duisternis wandelt, ziet een groot licht."
Profeten verkondigden dus dat er een nieuwe koning uit het geslacht van David  zou opstaan, en deze Messias of zoon Gods zou het volk verlossen en het koninkrijk Gods stichten.

Jesus
De trefwoorden Messias, zoon Gods, verlossing en het koninkrijk gods hadden dus al een betekenis toen Jesus geboren werd. Een letterlijke betekenis met de koningen Saul, David en Salomon als voorbeeld.
Het land viel onder de heerschappij van de romeinen toen Jesus geboren werd. Deze verlosser werd dus als nationale verzetsstrijder gezien die de joden zou bevrijden van de romeinen.
Maar sommige mensen keken verder. Een paar honderd jaar daarvoor waren er al profeten geweest die zeiden dat de beloofde Messias de verlosser van de hele wereld zou zijn. Hij zou niet alleen de joden maar alle mensen van hun zonden en schulden en de dood verlossen. De hoop op een verlossing was ook in de hellenistische wereld wijd verbreid.
Toen kwam Jesus. Hij was niet de enigste die zich als de beloofde Messias presenteerde. Ook Jesus gebruikte de woorden "zoon Gods" en koninkrijk Gods" en "Messias" en "verlossing". Ook hij rijdt Jeruzalem binnen en laat zich door de menigte huldigen als de verlosser van het volk. Ook hij laat zich door het volk zalven. "Het koninkrijk Gods is nabij" zegt hij.
Jesus onderscheidde zich van andere messiassen doordat hij duidelijk liet weten dat hij geen militaire of politieke rebel was. Zijn taak ging veel verder. Hij verkondigde de verlossing en de vergeving  van God voor alle mensen. Zo kon hij tegen mensen die hij onderweg tegen kwam zeggen: "uw zonden worden u vergeven".
Dat hij zomaar "vergeving van zonden" liep uit te delen was volstrekt ongehoord. Nog erger was dat hij God met "vader" (abba) aansprak. Dat was in de joodse samenleving ten tijde van Jesus niet eerder vertoond. Het duurde daarom niet lang voordat de schriftgeleerden begonnen te morren. Na een tijdje troffen ze voorbereidingen om hem te berechten.
We zien hier hoe een oude deels militaire uitdrukking spectaculair van betekenis verandert. Het volk zat te wachten op een legeraanvoerder die met veel wapengekletter het koninkrijk Gods zou uitroepen. Toen kwam Jesus die in zijn hemd en op sandalen kwam vertellen dat het koninkrijk Gods, of het nieuwe verbond, in hield dat "gij uw naaste zult liefhebben als uzelf". Sterker nog, hij zei ook nog dat we onze vijanden moeten liefhebben. En als ze ons slaan moeten we ze niet met gelijke munt terug betalen maar de andere wang toekeren en ze vergiffenis schenken.
Jesus achtte zich niet beter dan andere mensen en praatte ook met bedelaars, hoeren, corrupte mensen en politieke vijanden van het volk. Hij zei dat iemand die slecht is geweest rechtvaardig is voor God als hij zich tot God wendt en om vergeving vraagt. Zulke mensen verdienen zelfs meer vergeving van God dan de onberispelijke FarizeeŽrs die zo trots op zichzelf waren omdat ze zo onberispelijk waren.
Jesus benadrukte dat de mens niet zichzelf kan verlossen. Veel grieken dachten van wel.
Omdat Jesus oude slogans een volstrekt nieuwe en ruimere betekenis gaf was het niet zo vreemd dat hij aan het kruis eindigde. Zijn radicale vredesboodschap druiste tegen zoveel belangen en machtsposities in, dat hij uit de weg geruimd moest worden.

Het Christendom
We kunnen zeggen dat de christelijke kerk ontstaan is op de ochtend van Pasen met de geruchten dat Jesus uit zijn graf was opgestaan. Paulus stelde dat vast: "Indien Jesus niet is opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud en zonder inhoud is ook uw geloof."
Nu konden alle mensen op een "opwekking des vlezes" hopen. Jesus werd immers gekruisigd om ons te verlossen. Maar de joden doelen niet op een onsterfelijke ziel of soort ronddolende geest. Dat was een griekse, dus indo-europese, gedachte. De Kerk gelooft niet dat er iets aan de mens is dat onsterfelijk is. Dus ook haar ziel niet. Het is een godswonder als we opstaan uit de dood en eeuwig leven. Het eeuwige leven is geen natuurlijke eigenschap.
De eerste christenen gingen nu de blijde boodschap, dat alle mensen nu op een opwekking des vlezes konden hopen,  verkondigen. Het woord Christus is het griekse woord voor messias en betekent gezalfde.
Enkele jaren na de dood van Jesus bekeerde de farizeeŽr Paulus zich tot het christendom. Met zijn vele missie reizen door het hele grieks-romeinse gebied maakte hij het tot een wereld religie. Door de vele brieven die hij schreef aan de eerste gemeenten weten we wat Paulus verkondigde en welke raadgevingen hij de christenen meegaf.
Paulus kwam in Athene en slaagde erin met de Atheners in gesprek te komen. Paulus vond een aanknopingspunt in deze cultuur: hij wees erop dat het zoeken naar God in alle mensen besloten ligt. Dat was voor de grieken niets nieuws. Het nieuwe was dat God zich aan de mensen heeft geopenbaard en hen werkelijk heeft ontmoet.Hij was dus niet alleen een filosofische god. Sommige mensen bespotten hem omdat hij zei dat Jesus was opgestaan uit de dood. Andere zeiden dat ze wel eens meer wilden horen en weer anderen sloten zich bij hem aan. Opmerkelijk was dat dat vaak vrouwen waren.
Geloofsbelijdenissen waren toen belangrijk. Die vatten de belangrijkste christeljike dogma's of leerstellingen samen. Dat was nodig omdat in het hellenisme meerdere nieuwe religies ontstonden en zo werden de grenzen met andere religies afgebakend en om te voorkomen dat de christelijke kerk zich zou opsplitsen.

Wanneer het christendom de grieks-romeinse wereld binnen treedt betekent dat een dramatische ontmoeting tussen twee culturen. Maar het betekent ook het einde van de klassieke oudheid, die dan ongeveer duizend jaar geduurd heeft, en het begin van de christelijke middeleeuwen die ook bijna duizend jaar gaan duren.

Goethe zei ooit: Wie niet beseft wat in drieduizend jaar is gebeurd, tast onervaren in het duister, en is gedwongen van dag tot dag te leven.